Oorsprong van de wijnen in de Benelux

De wijnbouw in de Benelux heeft diepere wortels dan vaak wordt gedacht. Al in de Romeinse tijd verschenen de eerste wijngaarden in de regio. Daarna volgde een herkenbare ontwikkeling: middeleeuwse bloei onder invloed van kloosters, een langdurige terugval door kouder klimaat en druivenziekten, en vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw een duidelijke heropleving.

1. Luxemburg

Van de drie Benelux-landen kent Luxemburg de meest ononderbroken wijntraditie. Vooral de Moezelvallei bleef door de eeuwen heen het kloppend hart van de productie.

  • Oorsprong: In de eerste eeuwen na Christus legden de Romeinen de basis voor de wijnbouw op de steile hellingen langs de Moezel. De productie diende onder meer voor de bevoorrading van Romeinse garnizoenen.
  • Middeleeuwen: Abdijen speelden een sleutelrol in het behoud van de wijntraditie en zorgden voor verdere uitbreiding van de wijngaarden.
  • Moderne tijd: In tegenstelling tot Nederland en België verdween de wijnbouw in de Luxemburgse Moezelvallei nooit volledig. Met de oprichting van het Institut Viti-Vinicole in Remich in 1925 kreeg de sector een impuls op het gebied van kwaliteit en professionalisering.

2. België

  • Oorsprong: Ook in het huidige België brachten de Romeinen de druiventeelt naar de Gallische provincies. Het duidelijkste bewijs voor structurele lokale wijnproductie dateert uit de vroege middeleeuwen, toen benedictijner kloosters miswijn produceerden.
  • Bloeiperiode: Tussen de twaalfde en zestiende eeuw bereikte de Belgische wijnbouw een hoogtepunt. Steden en kasteelheren beschikten over eigen wijngaarden, vooral langs de Maas, de Samber en de Jeker, en in het Hageland.
  • Teloorgang: Vanaf de zeventiende eeuw raakte de wijnbouw in verval. De Kleine IJstijd maakte de teelt kwetsbaarder, terwijl bier terrein won. In de negentiende eeuw gaf de druifluisepidemie (Phylloxera) de sector een nieuwe klap.
  • Heropleving: De moderne Belgische wijnbouw kreeg in 1962 een nieuw begin, toen Jean Bellefroid in Borgloon opnieuw druiven aanplantte. Vanaf de jaren negentig versnelde de groei, mede dankzij betere druivenrassen en een warmer klimaat.

3. Nederland

  • Oorsprong: In Nederland concentreerde de vroege wijnbouw zich vooral rond Maastricht en de Limburgse Maasvallei, waar de Romeinen druivenstokken introduceerden.
  • Bloeperiode: Tijdens het Middeleeuws Klimaatoptimum breidde de wijnbouw zich verder uit. Rond 1500 waren er zelfs wijngaarden te vinden tot in het noorden van Nederland.
  • Teloorgang: Vanaf de zestiende eeuw zette de neergang in. Koudere zomers maakten wijnbouw moeilijker, terwijl bier met hop goedkoper en populairder werd. Rond 1900 was commerciële wijnbouw vrijwel verdwenen.
  • Heropleving: De Nederlandse wijnbouw begon in 1967 aan een comeback met wijngaard Slavante op de Sint-Pietersberg bij Maastricht. Vanaf de jaren negentig maakten schimmelresistente rassen, zoals Regent, Johanniter en Solaris, uitbreiding naar vrijwel alle provincies mogelijk.

Voor de heropleving van de wijnbouw in de Benelux was klimaatverandering een belangrijke factor, maar ook de ontwikkeling van meer schimmelresistente druivenrassen. Daarom wordt er in deze landen meer gebruik gemaakt van zogenaamde PIWI-variëteiten.

PIWI-variëteiten

PIWI-variëteiten zijn schimmelresistente druivenrassen die speciaal zijn ontwikkeld voor wijnbouw met minder gewasbescherming. PIWI komt uit het Duits: Pilzwiderstandsfähige Rebsorten, letterlijk: schimmelresistente druivenrassen.

In de praktijk betekent dit:

  • Minder gevoelig voor meeldauw en valse meeldauw, twee belangrijke ziektes in vochtige wijngebieden.
  • Minder bespuitingen nodig, waardoor ze interessant zijn voor biologische en duurzame wijnbouw.
  • Geschikt voor koelere en nattere klimaten, zoals Nederland, België en Luxemburg.
  • Vaak ontstaan ze uit kruisingen tussen klassieke Europese druivenrassen en resistenterere druivenlijnen.

Voorbeelden van PIWI-rassen zijn onder andere Solaris, Johanniter, Souvignier Gris, Cabernet Cortis, Regent, Rondo, Muscaris en Bronner.

In de Benelux zijn PIWI's belangrijk omdat het klimaat relatief koel en vochtig is. Daardoor kunnen wijnproducenten met deze rassen betrouwbaarder rijpe en gezonde druiven oogsten, met minder chemische bestrijding.